Marc Rosenberg op Next Learning 2016

De opname van Marc Rosenberg op afgelopen Next Learning event is vrijgegeven. Het is het beste verhaal wat ik tot nu toe gehoord heb waar het wat mij betreft in essentie over gaat als het het hebben over Performance Support en het 70/20/10 denken.

Hij heeft zijn verhaal opgeknipt in 5 stukken:

  1. Waarom opleidingen niet het gehele verhaal zijn
  2. Wat verstaan we onder performance support (PS)?
  3. Performance support ontwerp principes
  4. Performance support in het eco leersysteem
  5. Vragen voor de toekomst

Wat betreft het eerste punt geeft hij aan dat trainingen nogal eens worden ingezet als oplossing van een probleem waarbij je je moet afvragen dat wel de juiste aanpak is. In de praktijk ziet hij vaak:

  • slechte of teveel documentatie
  • inefficiënt of slecht ontworpen gereedschap
  • te ingewikkelde processen
  • incompetent management

Tja… en dan gaat opleiding amper helpen. Het grotere plaatje betreft dan ook training>learning>performance support. Pas in de laatste stap komt de waarde expliciet  terug voor de business.

Volgens Rosenberg bevinden we ons in een ‘omslagpunt’ in de tijd waar kennis verveelvoudigd en tijd schaars is in verband met productiedruk. We moeten daarom onze aandacht verschuiven van de ‘learning space’ naar de ‘work space’.

Volgens Marc Rosenberg zit de uitdaging & innovatie van het Leer- en Ontwikkelvakgebied om ná de training het geleerde in de praktijk brengen om zo uiteindelijk de gewenste competenties en resultaat te behalen. Dáár zit performance support.

Het gebied van Performance Support betreft ‘4 knoppen waaraan je kan draaien’: de 4 W’s. Te weten: Worker (deze is het moeilijkste en duurste!), Work, Workplace en Workflow.

Performance support definieert Marc Rosenberg als de juiste hoeveelheid hulp/begeleiding bij je werk en op het juiste moment.

Het verschil tussen leren en support duidt hij als volgt:

Schermafbeelding 2016-08-12 om 16.40.13

Rosenberg onderscheidt 4 niveaus van bekwaamheid: beginner (trainen/leren), competent (oefenen/ verbeteren), ervaren (toegang/ontdekken), meesterschap (uitvinden/leiden). Training wordt minder belangrijk en PS is het best op zijn plek bij de competente collega. Zie onderstaande plaatje:

Schermafbeelding 2016-08-12 om 16.26.55.png

Wat betreft design principes voor PS stelt Rosenberg dat:

  • Je het niet los van training kan zien; het een heeft invloed op het ander.
  • Je terug moet redeneren. Het gewenste resultaat is het uitgangspunt, dan kijk je wat je kan ondersteunen met PS. Alles wat overblijft wordt trainingsmateriaal.
  • PS moet je anders ontwerpen dan een leertraject. Zo zijn toegankelijkheid, intuïtief gebruik en juistheid van de content belangrijker. Apps op je telefoon zijn een typisch voorbeeld: ze helpen bepaalde dingen gemakkelijk(-er) doen.
  • Tools voor leren zijn vaak niet geschikt als PS tools. Een LMS is prima voor leren, maar minder geschikt voor PS.
  • PS moet werken op je werkplek. Anders werkt het überhaupt niet. Kost dus veel (user) tests!
  • Je vraagt je niet af of er geleerd wordt, je meet alleen maar of de prestatie verbeterd.

Rosenberg vat het als volgt samen:

Schermafbeelding 2016-08-12 om 14.58.44

In het verleden hebben we al op diverse manieren breder willen kijken dan allen leren: Blended learning; Human Performance Technology; Informal Learning; 70-20-10. Om het werk optimaal te ondersteunen heb je diverse invalshoeken.

Schermafbeelding 2016-08-12 om 15.09.19.png

Als je met deze bredere blik kijkt hoe je de Performance kan verbeteren komt je automatisch op de meest kostenefficiënte manier uit. Training is in ieder geval vaak het duurst. Naast kostenreductie zal je ook wendbaarder/innovatiever zijn als organisatie. Opleidingsland zal ook hiermee effectiever worden omdat het alleen nog maar in de meest passende situatie als middel zal worden ingezet.

Voor Rosenberg zijn de centrale vragen voor de toekomst:

  • Welke verantwoordelijkheid hebben we naar lerende na de opleiding?
  • Wat zijn onze verplichtingen naar hun op de werkplaats?

Trends die Rosenberg duidt:

  • Van Learning naar Performance
  • Van Classroom naar Workplace
  • Van informatieschaarste naar -overvloed
  • Van opleidingen naar kennisbanken, tools en applicatie(ondersteuning)
  • Van contentcreatie naar content curatie (het opzoeken van juiste en relevante informatie voor je doelgroep)
  • Van push naar pull
  • Van vaste plek naar overal leren
  • Van opleiden naar een breed palet aan interventies
Advertenties

Een reactie plaatsen

‘High Impact Learning that lasts’ (HILL)

In het tijdschrift voor talent- en managementontwikkeling (jaargang 24, nr1, 2016) wordt hierover gesproken. Aanleiding is een boek van Prof. Filip Dochy genaamd: ‘Bouwstenen voor High Impact Learning’ met de ambitieuze ondertitel: ‘Het leren van de toekomst in onderwijs en organisaties‘. Opvallend vind ik dat het boek zowel regulier onderwijs als bedrijfsopleidingen als doel heeft; deze worden nogal eens naast elkaar gezet in plaats van elkaars verlengde. Blijkbaar doet Dochy dat vaker. De inleiding besluit ook met een verwijzing naar http://eapril.org: een Europese club die “promote practice-based research on learning issues in the context of initial, formal, lifelong and organisational learning with the goal to enhance practice“.

De mede auteurs (Inneke Berghmans, Anne-Katrien Koenen en Mien Segers)  lijken allemaal een link met deze Europese club te hebben, dan wel KU Leuven – de thuisbasis van Dochy. Met name Mien Segers bevind zich op een professioneel aanpalend vlak: “Mien Segers is hoogleraar Corporate Learning aan het departement Onderwijsresearch en -ontwikkeling van de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde van de Universiteit Maastricht. Eerder was ze hoogleraar Onderwijsstudies aan de Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zicht op leren op de werkplek, Assessment for Learning en leren en werken in teams in organisaties. Ze is editor van de EARLI Book Series New Perspectives on Learning and Instruction.”

Onderstaand Model wordt verder uitgewerkt in het boek!

Schermafbeelding 2016-05-15 om 14.36.13

Een reactie plaatsen

Pikken robots zo dadelijk onze banen in?

Dit was de titel van een lezing van het Studium Generale Universiteit Utrecht.

Prikkelende titel vond ik. Het kruist mijn interesses voor (AI) artificial intelligence en toekomstperspectieven.

Dr. Anna Salomons is econome en benadert de vraag vanuit 3 factoren:

1. Is technologie een substituut of vullen ze aan?

2. Is de vraag naar goederen/diensten elastisch?

Oftewel: leidt arbeidsproductiviteitsverhoging door technologie tot meer inkomen en daarmee naar meer vraag naar nóg meer producten? Wat dus weer tot meer banen/robots leidt? ‘Kortom: de gehele(producten)taart wordt groter?!’

3. Is het aanbod van werkenden flexibel?

Oftewel: als we meer banen door technologie krijgen: hoe snel kan het aanbod van meer banen ook daadwerkelijk worden ingevuld door banenzoekers? Een dokter leidt je nl. niet zomaar ‘even’ op…

Meer lager en hoger geschoold werk.

Wat blijkt op dit moment het geval te zijn? De huidige technologische ontwikkelingen hebben de grootste impact op het middenkader. Ik vermoed dat velen met mij op de verouderde gedachte zaten dat het vooral om lager geschoolde arbeid zou gaan. Maar computers kunnen met name routinematig (if … then…) zaken goed doen. Ook als deze wat ingewikkelder zijn. Boekhoudkundige software is daar een mooi voorbeeld van en dat staat natuurlijk niet ver van ons eigen primaire proces van de Belastingdienst. Datzelfde automatiseringstruukje lukt dus niet bij lager geschoold werk als kapper! En bij hoger opgeleiden zoals een arts zie je dat nieuwe technologie vooral een substituut is.

Lonen alleen voor hoger opgeleiden beter

Wat betreft lonen komt vooral factor 3 aan de orde: hoe snel kan je nieuw werk opvullen? Daar zie je weer een groot verschil tussen hoger en lager opgeleiden. Immers, op lager geschoold werk kan je veel sneller iemand inzetten dus leidt dat niet direct tot krapte op de arbeidsmarkt. Dat helpt niet als je wilt onderhandelen over je salaris…

Toekomst: ‘machine learning’

Volgens dr. Salomons blijkt uit de geschiedenis dat technologie (industrieel, automatisering, robotisering) niet erg ‘disruptive’ is. Het duurt toch wel 15 tot 30 jaar voordat een echt nieuwe technologie een plek krijgt in de samenleving. Anna ziet de toekomst wat dat betreft ook helemaal niet somber in; het zal langzaam gaan.

Verder stipt ze ‘machine learning’ aan. Dat is een zeer nieuwe manier van programmeren. Het ‘als …dan’ programmeren wordt verlaten; simpelweg leert de computer zichzelf door een soort van trial en error. In haar voorbeeld laat Google een AI een miljoen katten zien en wordt de AI stapje bij beetje steeds beter in het herkennen van katten op een plaatje. Voor ons mensen nogal simpel, maar met de beste super computers komen we er voorlopig niet foutloos uit. Voorlopig geen bedreiging dus. Ook wat dit betreft kunnen we volgens dr. Salomons dus rustig naar bed.

Slaap lekker!

Een reactie plaatsen

Trends & NOT

Waarom naar de NOT?

Afgelopen week naar de NOT geweest. ‘De vakbeurs voor professionals in het onderwijs’, zoals het zichzelf graag ziet. Het duurt een paar dagen, is gratis, één keer in de twee jaar en bij ons om de hoek: in de Jaarbeurs. Het is gericht op primair en voortgezet onderwijs en het MBO. Niet direct ‘leren in organisaties’ dus, maar zeker het MBO-deel heeft toch sterke raakvlakken in doel & opzet van trajecten die wij als academie verzorgen dan wel laten verzorgen. Daarnaast – links of rechtsom – is dit het voorlandschap (geweest) van nieuwe, jonge collega’s en is het goed om je daarvan bewust te zijn en te zien welke trends zich daar aftekenen. Als ik mij niet vergis is het  personeelsbestand van de BD ook ongeveer 70 tot 80% MBO of lager geschoold.

Trend: ‘op maat’ & drang tot innovatie

Mede nadat we allemaal door Sir Ken Robinson in 2006 – 31miljoen keer bekeken! – zijn gewaarschuwd dat het allemaal anders moet in het onderwijs hebben we de drang om onderwijs anders te doen dan 100 jaar geleden.

Simpelweg kijkend naar type en hoeveelheid workshops zie je de trend van adaptief en gepersonaliseerd leren. Ik was benieuwd wat onze staatssecretaris Dekker hiervan vindt. Blijkbaar vraagt hij zichzelf dat ook af. Bij het OCW hebben ze een serieus groot progamma in het leven geroepen: #onderwijs2032.

Een kind dat in 2014 voor het eerst naar school gaat, solliciteert rond 2032 naar een eerste baan. Leert dit kind nú op school wat het dan nodig heeft om een vliegende start te maken? En hoe bereiden basisscholen en middelbare scholen kinderen optimaal op deze uitdagingen voor?  Tijd voor een gesprek rond de vraag: wat moeten kinderen leren op school zodat ze klaar zijn voor hun toekomst? Iedereen met ideeën over de opaul-snabel-220x242nderwijsinhoud kan deze delen via #onderwijs2032.”

Kortom het antwoord geven ze nog niet. Toch schroomde Paul Snabel – kersverse trekker van dit programma – niet alvast het gesprek aan te gaan met de zaal. Daaruit kwamen onder andere de volgende punten naar voren:

  • Minder klassikaal;
  • Mediawijsheid belangrijk;
  • Kijk naar voorbeeld landen als Finland en Schotland. Deze laatste is overigens nieuw voor mij, maar dhr. Snabbel gaf ook m.i. terecht aan hoe moeilijk het is om succesvolle onderdelen zomaar over te nemen en te vertalen naar Nederland;
  • Toekomstbeeld 2032 buiten de school eerste helder maken – dan pas vertalen naar leren;
  • Taal: Engels, Nederlands, maar wat te doen met Spaans, Chinees? Of het steeds minder populair wordende Duits. Terwijl Duitsland economisch voor ons het belangrijkste is…;
  • Betrek andere doelgroepen dan het veld als leraren en directeuren van scholen: bedrijfsleven; jongeren. Tot nu toe blijken deze groepen echter zelf niet erg geïnteresseerd in dit onderwerp – getuige hun bijdragen. Wonderlijke constatering…;
  • 21th century skills. Hetgeen onder meer zeer goed tot zijn recht komt bij kunst- en fysiek onderwijs;
  • Andere ‘niet harde vakken’ als waarden/normen, persoonsvorming, time- & taakmanagement, type-diploma, filosofie. Hoeveel ruimte gaan we dit soort vakken geven?
  • Hoe houden we de lerende gemotiveerd?
  • Sturing: wat gaan we nog ‘bovenlangs opleggen’ – een zgn. ‘staatscurriculum’ – en wat willen we op het niveau van de leraar/coach laten?

Al deze punten kwamen al op in één workshop. Ik wens de heer Snabel alvast veel sterkte met het programma #onderwijs2032 ;-)) en zal het met belangstelling volgen!

,

Een reactie plaatsen

Professionalisering van leraren: robots of ruimte om te handelen?

Ik voel bij onze Academie een standaardisatie en evidence base wind waaien. Hoewel ik het toejuich dat er (altijd) kritisch gekeken wordt naar het uitgeven van overheidsgeld, heeft het mijns inziens ook zijn beperkingen. Dmv deze post vraag ik aandacht voor risico’s en onheusheden die er ontstaan als het rendements-denken doorslaat en doe dat met een verhandeling van Kelchterman over de professionaliteit van leraren van De Onderwijsraad.

Professionalisering van leraren: robots of ruimte om te handelen?

Dit is een van de vragen die Geert Kelchterman benoemt in zijn essay ‘De leraar als (on)eigentijdse professional’, welke gemaakt is in opdracht van de Nederlandse onderwijsraad. Kelchterman schetst in eerste instantie het huidige maatschappelijk klimaat waarin elke investering tot meetbaar resultaat moet leiden. Investeringen in het onderwijs moeten dus ook ‘accountable’ zijn. Met het paradigma meten-is-weten zijn dus “onderwijsstandaarden, standard-based testing, doorlichtingen, zelfevaluaties, maar ook internationale studies zoals PISA en TIMMS” in het leven geroepen. Het maximaliseren van effectiviteit kan er in deze redeneertrant toe leiden dat leermethoden tot alle details zijn uitgewerkt: wat er wanneer gezegd moet worden, welke oefening wanneer etc.

Deze evidence based teaching vorm leidt er toe dat ‘nadenken en oordelen – traditionele kenmerken van een professional’ worden ondergraven, aldus Kelchterman. Een van de peilers, te weten, autonomie van de professional, komt onder druk: ‘Door het ondergraven van de gedachte dat de professional zelfstandig kan en moet oordelen over een situatie om vervolgens te beslissen hoe er best gehandeld wordt, is de ‘professionaliteit’ die door het perfomativiteitsdenken wordt vooropgesteld of geïnstalleerd dus eigenlijk een de-professionalisering.’

Er is nog een ander probleem met evidence based leren die voor elk sociaal wetenschappelijk onderzoek geldt: de causale relatie tussen intentie en beoogd resultaat. Helaas is die in de praktijk moeilijk vast te stellen: is het de leermethode aan te rekenen of iets heeft gewerkt? De leraar? De lerende zelf misschien? Zijn/haar mede-lerende? Familie? Cultuur van de leeromgeving? Genen? Van alles een beetje een mix wellicht? – maar welke verhouding dan?

De vakspecifieke kant van professioneel bezig zijn als leraar splits hij in twee gebieden:

  • De persoon van de leraar. Hij splitst dat uit in zelfbeeld, zelfwaardegevoel, ‘de taakopvatting’, beroepsmotivatie en de eigen toekomstverwachtingen. Terecht staat Kelchterman hier in mijn optiek ook stil bij wat hij mooi noemt ‘een subjectieve onderwijstheorie’: een persoonlijke vertaling van hoe wat wanneer het beste werkt. Wat zich continue door ontwikkelt en onlosmakelijk met de persoon zelf verbonden is.
  • Lerarenprofessionaliteit. Centraal stelt hij daarbij het relationele van het vak: met de lerende, collega’s, onderwijsprofessionals, de leiding etc. Geënt op het relationele, blijkt volgens Kelchterman in de praktijk de professionaliteit ook gekarakteriseerd kan worden als: kennisgebaseerd, intentioneel en doelgericht, moreel verantwoordelijk, emotioneel niet onverschillig, politiek en gebaseerd op kwetsbaar oordelen.

In feite raakt de maatschappij-schets van Kelchterman alle professionals. Artsen, beleidsmakers, inspecteurs bij de Belastingdienst – hoe meet je dat die het goed doen? Ik snap dat een financiële crisis de roep op return on investment versterkt, maar laten we ons niet verliezen in quasi oplossingen als standaardisatie e.d. Het is simpelweg niet het gehele verhaal.

Een reactie plaatsen

Wat nou talent?! Slim Oefenen!

Via de post Wat als talent niet bestaat? van Pedro De Bruyckere gestuit op een stuk van Prof. Rikers met de provocerende titel ‘Talent bestaat niet!’. Hij stelt daarin de vraag hoe het komt dat sommige wel succes boeken en anderen, die ook jarenlang iets (be)oefenen, niet beter worden.

Via Anders Ericsson stelt Rikers: door de hoeveelheid en maar ook met name de kwaliteit van oefening wordt het niveau bepaald. Wat zijn dan die ‘deliberate practice’ regels (Ericsson, Krampe, & Tesch-Römer, 1993):

  • Er moet duidelijk omschreven zijn wat er geleerd moet worden.
  • De trainings- of oefentaken moeten aansluiten op het niveau van de lerende. Dat wil zeggen, de taak moet niet te gemakkelijk zijn, want anders valt er niet meer veel te leren. En ook niet te moeilijk zijn, want dan raakt de lerende gefrustreerd.
  • Er moeten mogelijkheden zijn voor herhaling. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar vaak wordt de lerende geen tweede of derde kans geboden iets te leren.
  • Fouten moeten gemaakt en gecorrigeerd kunnen worden. In het verlengde van het vorige punt, is het belangrijk dat er fouten gemaakt mogen worden zonder dat dit (negatieve) consequenties heeft.
  • Er moet sprake zijn van goede feedback. Misschien het belangrijkste element is dat er feedback gegeven wordt, zodat de lerende zich bewust is van alle fouten die gemaakt zijn en hoe deze aangepakt kunnen worden. In het ideale geval wordt deze feedback door een ervaren coach gegeven.

Toen ik dit las moest ik meteen denken aan mijn World of Warcraft-gaming. Veel van bovenstaande voldoet daaraan. Blijkbaar maakt een groot deel van bovenstaande regels het juist ook weer leuk. Rikers legt daarbij ook de plek op een gevoelige plek: het is wel oefenen, oefenen, oefenen. Bij gaming praten we dan over verslaving. Als je er een gouden medaille mee wint op de Olympische Spelen ben je een held. Ericsson stelt zelfs dat iedereen die maar 10 jaar extreem oefent, op wereldniveau kan komen. Talent is dus irrelevant.

Toch zien we – of denken we – vaak in de praktijk verschillen te zien tussen kinderen/personen. We willen dit soms graag ook zien, omdat dit aansluit bij een gewenst mensbeeld: we hebben allemaal iets bijzonders & unieks. En daarmee talent. Rikers stelt daar oa. het bewijs tegenover van de self-fulfilling prophecy. Als een lerende ergens talenten wordt toebedacht, wordt er ook gehandeld om dat nog eens extra te bevorderen. Oftewel, meer aandacht, oefeningen etc. Et Voila, de circel is rond.

Een reactie plaatsen

Flipping the Classroom

‘De omgedraaide klas’ is een concept wat in toenemende mate in de belangstelling staat. Het onderliggende idee is dat je instructie en huiswerk ‘omdraait’. Oftewel, huiswerk maak je in de klas en instructie/nieuwe kennis bestudeer je thuis.

Maar waarom zou je dat willen?

De gedachte is deze andere aanpak van leren leidt tot een andere houding van de lerende: het activeert de lerende (ipv dat deze achterover hangt in de klas). Tweede opbrengst: meer tijd voor een docent om individuele vragen van lerenden te beantwoorden. Dit komt omdat de docent niet meer klassikaal uitleg verzorgt tijdens de les. De docent kan daardoor meer maatwerk leveren.

Het is helemaal hip om als docent video’s te maken waarin men zelf de lesstof uitlegt. De student bekijkt dat dan thuis en kan terugspoelen wanneer deze dat wil. Daarmee kan ook meer dan in het oude klas-idee de student zèlf het tempo bepalen. Maar gewoon een hoofdstuk thuis laten lezen kan natuurlijk ook…

Het multimediale aspect van dit concept verklaart wellicht mede waarom het toenemende aandacht krijgt: het voelt daardoor gewoon lekker bij de tijd. Daar komt bij dat het mooi aansluit bij TPACK omdat het ICT, onderwijsconcept en vakinhoud integraal benadert. Een derde verklaring voor de toenemende populariteit is dat competenties aanspreek die we voor deze tijd ook in toenemende mate van belang achten: ICT geletterdheid, kritisch denken, samenwerken etc. Zie oa. 21th-centuryskills  (en een Nederlandse variant).

Kennisnet heeft recent een gehele site gewijd aan het onderwerp: http://www.flippingtheclassroom.kennisnet.nl met handige en bruikbare overzichtsplaten en filmpjes.

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: