Archief voor april, 2013

Professionalisering van leraren: robots of ruimte om te handelen?

Ik voel bij onze Academie een standaardisatie en evidence base wind waaien. Hoewel ik het toejuich dat er (altijd) kritisch gekeken wordt naar het uitgeven van overheidsgeld, heeft het mijns inziens ook zijn beperkingen. Dmv deze post vraag ik aandacht voor risico’s en onheusheden die er ontstaan als het rendements-denken doorslaat en doe dat met een verhandeling van Kelchterman over de professionaliteit van leraren van De Onderwijsraad.

Professionalisering van leraren: robots of ruimte om te handelen?

Dit is een van de vragen die Geert Kelchterman benoemt in zijn essay ‘De leraar als (on)eigentijdse professional’, welke gemaakt is in opdracht van de Nederlandse onderwijsraad. Kelchterman schetst in eerste instantie het huidige maatschappelijk klimaat waarin elke investering tot meetbaar resultaat moet leiden. Investeringen in het onderwijs moeten dus ook ‘accountable’ zijn. Met het paradigma meten-is-weten zijn dus “onderwijsstandaarden, standard-based testing, doorlichtingen, zelfevaluaties, maar ook internationale studies zoals PISA en TIMMS” in het leven geroepen. Het maximaliseren van effectiviteit kan er in deze redeneertrant toe leiden dat leermethoden tot alle details zijn uitgewerkt: wat er wanneer gezegd moet worden, welke oefening wanneer etc.

Deze evidence based teaching vorm leidt er toe dat ‘nadenken en oordelen – traditionele kenmerken van een professional’ worden ondergraven, aldus Kelchterman. Een van de peilers, te weten, autonomie van de professional, komt onder druk: ‘Door het ondergraven van de gedachte dat de professional zelfstandig kan en moet oordelen over een situatie om vervolgens te beslissen hoe er best gehandeld wordt, is de ‘professionaliteit’ die door het perfomativiteitsdenken wordt vooropgesteld of geïnstalleerd dus eigenlijk een de-professionalisering.’

Er is nog een ander probleem met evidence based leren die voor elk sociaal wetenschappelijk onderzoek geldt: de causale relatie tussen intentie en beoogd resultaat. Helaas is die in de praktijk moeilijk vast te stellen: is het de leermethode aan te rekenen of iets heeft gewerkt? De leraar? De lerende zelf misschien? Zijn/haar mede-lerende? Familie? Cultuur van de leeromgeving? Genen? Van alles een beetje een mix wellicht? – maar welke verhouding dan?

De vakspecifieke kant van professioneel bezig zijn als leraar splits hij in twee gebieden:

  • De persoon van de leraar. Hij splitst dat uit in zelfbeeld, zelfwaardegevoel, ‘de taakopvatting’, beroepsmotivatie en de eigen toekomstverwachtingen. Terecht staat Kelchterman hier in mijn optiek ook stil bij wat hij mooi noemt ‘een subjectieve onderwijstheorie’: een persoonlijke vertaling van hoe wat wanneer het beste werkt. Wat zich continue door ontwikkelt en onlosmakelijk met de persoon zelf verbonden is.
  • Lerarenprofessionaliteit. Centraal stelt hij daarbij het relationele van het vak: met de lerende, collega’s, onderwijsprofessionals, de leiding etc. Geënt op het relationele, blijkt volgens Kelchterman in de praktijk de professionaliteit ook gekarakteriseerd kan worden als: kennisgebaseerd, intentioneel en doelgericht, moreel verantwoordelijk, emotioneel niet onverschillig, politiek en gebaseerd op kwetsbaar oordelen.

In feite raakt de maatschappij-schets van Kelchterman alle professionals. Artsen, beleidsmakers, inspecteurs bij de Belastingdienst – hoe meet je dat die het goed doen? Ik snap dat een financiële crisis de roep op return on investment versterkt, maar laten we ons niet verliezen in quasi oplossingen als standaardisatie e.d. Het is simpelweg niet het gehele verhaal.

Advertenties

Een reactie plaatsen

%d bloggers liken dit: