Archief voor Categorie Didactiek & mentale modellen

‘High Impact Learning that lasts’ (HILL)

In het tijdschrift voor talent- en managementontwikkeling (jaargang 24, nr1, 2016) wordt hierover gesproken. Aanleiding is een boek van Prof. Filip Dochy genaamd: ‘Bouwstenen voor High Impact Learning’ met de ambitieuze ondertitel: ‘Het leren van de toekomst in onderwijs en organisaties‘. Opvallend vind ik dat het boek zowel regulier onderwijs als bedrijfsopleidingen als doel heeft; deze worden nogal eens naast elkaar gezet in plaats van elkaars verlengde. Blijkbaar doet Dochy dat vaker. De inleiding besluit ook met een verwijzing naar http://eapril.org: een Europese club die “promote practice-based research on learning issues in the context of initial, formal, lifelong and organisational learning with the goal to enhance practice“.

De mede auteurs (Inneke Berghmans, Anne-Katrien Koenen en Mien Segers)  lijken allemaal een link met deze Europese club te hebben, dan wel KU Leuven – de thuisbasis van Dochy. Met name Mien Segers bevind zich op een professioneel aanpalend vlak: “Mien Segers is hoogleraar Corporate Learning aan het departement Onderwijsresearch en -ontwikkeling van de Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde van de Universiteit Maastricht. Eerder was ze hoogleraar Onderwijsstudies aan de Universiteit Leiden. Haar onderzoek richt zicht op leren op de werkplek, Assessment for Learning en leren en werken in teams in organisaties. Ze is editor van de EARLI Book Series New Perspectives on Learning and Instruction.”

Onderstaand Model wordt verder uitgewerkt in het boek!

Schermafbeelding 2016-05-15 om 14.36.13

Een reactie plaatsen

Professionalisering van leraren: robots of ruimte om te handelen?

Ik voel bij onze Academie een standaardisatie en evidence base wind waaien. Hoewel ik het toejuich dat er (altijd) kritisch gekeken wordt naar het uitgeven van overheidsgeld, heeft het mijns inziens ook zijn beperkingen. Dmv deze post vraag ik aandacht voor risico’s en onheusheden die er ontstaan als het rendements-denken doorslaat en doe dat met een verhandeling van Kelchterman over de professionaliteit van leraren van De Onderwijsraad.

Professionalisering van leraren: robots of ruimte om te handelen?

Dit is een van de vragen die Geert Kelchterman benoemt in zijn essay ‘De leraar als (on)eigentijdse professional’, welke gemaakt is in opdracht van de Nederlandse onderwijsraad. Kelchterman schetst in eerste instantie het huidige maatschappelijk klimaat waarin elke investering tot meetbaar resultaat moet leiden. Investeringen in het onderwijs moeten dus ook ‘accountable’ zijn. Met het paradigma meten-is-weten zijn dus “onderwijsstandaarden, standard-based testing, doorlichtingen, zelfevaluaties, maar ook internationale studies zoals PISA en TIMMS” in het leven geroepen. Het maximaliseren van effectiviteit kan er in deze redeneertrant toe leiden dat leermethoden tot alle details zijn uitgewerkt: wat er wanneer gezegd moet worden, welke oefening wanneer etc.

Deze evidence based teaching vorm leidt er toe dat ‘nadenken en oordelen – traditionele kenmerken van een professional’ worden ondergraven, aldus Kelchterman. Een van de peilers, te weten, autonomie van de professional, komt onder druk: ‘Door het ondergraven van de gedachte dat de professional zelfstandig kan en moet oordelen over een situatie om vervolgens te beslissen hoe er best gehandeld wordt, is de ‘professionaliteit’ die door het perfomativiteitsdenken wordt vooropgesteld of geïnstalleerd dus eigenlijk een de-professionalisering.’

Er is nog een ander probleem met evidence based leren die voor elk sociaal wetenschappelijk onderzoek geldt: de causale relatie tussen intentie en beoogd resultaat. Helaas is die in de praktijk moeilijk vast te stellen: is het de leermethode aan te rekenen of iets heeft gewerkt? De leraar? De lerende zelf misschien? Zijn/haar mede-lerende? Familie? Cultuur van de leeromgeving? Genen? Van alles een beetje een mix wellicht? – maar welke verhouding dan?

De vakspecifieke kant van professioneel bezig zijn als leraar splits hij in twee gebieden:

  • De persoon van de leraar. Hij splitst dat uit in zelfbeeld, zelfwaardegevoel, ‘de taakopvatting’, beroepsmotivatie en de eigen toekomstverwachtingen. Terecht staat Kelchterman hier in mijn optiek ook stil bij wat hij mooi noemt ‘een subjectieve onderwijstheorie’: een persoonlijke vertaling van hoe wat wanneer het beste werkt. Wat zich continue door ontwikkelt en onlosmakelijk met de persoon zelf verbonden is.
  • Lerarenprofessionaliteit. Centraal stelt hij daarbij het relationele van het vak: met de lerende, collega’s, onderwijsprofessionals, de leiding etc. Geënt op het relationele, blijkt volgens Kelchterman in de praktijk de professionaliteit ook gekarakteriseerd kan worden als: kennisgebaseerd, intentioneel en doelgericht, moreel verantwoordelijk, emotioneel niet onverschillig, politiek en gebaseerd op kwetsbaar oordelen.

In feite raakt de maatschappij-schets van Kelchterman alle professionals. Artsen, beleidsmakers, inspecteurs bij de Belastingdienst – hoe meet je dat die het goed doen? Ik snap dat een financiële crisis de roep op return on investment versterkt, maar laten we ons niet verliezen in quasi oplossingen als standaardisatie e.d. Het is simpelweg niet het gehele verhaal.

Een reactie plaatsen

Wat nou talent?! Slim Oefenen!

Via de post Wat als talent niet bestaat? van Pedro De Bruyckere gestuit op een stuk van Prof. Rikers met de provocerende titel ‘Talent bestaat niet!’. Hij stelt daarin de vraag hoe het komt dat sommige wel succes boeken en anderen, die ook jarenlang iets (be)oefenen, niet beter worden.

Via Anders Ericsson stelt Rikers: door de hoeveelheid en maar ook met name de kwaliteit van oefening wordt het niveau bepaald. Wat zijn dan die ‘deliberate practice’ regels (Ericsson, Krampe, & Tesch-Römer, 1993):

  • Er moet duidelijk omschreven zijn wat er geleerd moet worden.
  • De trainings- of oefentaken moeten aansluiten op het niveau van de lerende. Dat wil zeggen, de taak moet niet te gemakkelijk zijn, want anders valt er niet meer veel te leren. En ook niet te moeilijk zijn, want dan raakt de lerende gefrustreerd.
  • Er moeten mogelijkheden zijn voor herhaling. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar vaak wordt de lerende geen tweede of derde kans geboden iets te leren.
  • Fouten moeten gemaakt en gecorrigeerd kunnen worden. In het verlengde van het vorige punt, is het belangrijk dat er fouten gemaakt mogen worden zonder dat dit (negatieve) consequenties heeft.
  • Er moet sprake zijn van goede feedback. Misschien het belangrijkste element is dat er feedback gegeven wordt, zodat de lerende zich bewust is van alle fouten die gemaakt zijn en hoe deze aangepakt kunnen worden. In het ideale geval wordt deze feedback door een ervaren coach gegeven.

Toen ik dit las moest ik meteen denken aan mijn World of Warcraft-gaming. Veel van bovenstaande voldoet daaraan. Blijkbaar maakt een groot deel van bovenstaande regels het juist ook weer leuk. Rikers legt daarbij ook de plek op een gevoelige plek: het is wel oefenen, oefenen, oefenen. Bij gaming praten we dan over verslaving. Als je er een gouden medaille mee wint op de Olympische Spelen ben je een held. Ericsson stelt zelfs dat iedereen die maar 10 jaar extreem oefent, op wereldniveau kan komen. Talent is dus irrelevant.

Toch zien we – of denken we – vaak in de praktijk verschillen te zien tussen kinderen/personen. We willen dit soms graag ook zien, omdat dit aansluit bij een gewenst mensbeeld: we hebben allemaal iets bijzonders & unieks. En daarmee talent. Rikers stelt daar oa. het bewijs tegenover van de self-fulfilling prophecy. Als een lerende ergens talenten wordt toebedacht, wordt er ook gehandeld om dat nog eens extra te bevorderen. Oftewel, meer aandacht, oefeningen etc. Et Voila, de circel is rond.

Een reactie plaatsen

Flipping the Classroom

‘De omgedraaide klas’ is een concept wat in toenemende mate in de belangstelling staat. Het onderliggende idee is dat je instructie en huiswerk ‘omdraait’. Oftewel, huiswerk maak je in de klas en instructie/nieuwe kennis bestudeer je thuis.

Maar waarom zou je dat willen?

De gedachte is deze andere aanpak van leren leidt tot een andere houding van de lerende: het activeert de lerende (ipv dat deze achterover hangt in de klas). Tweede opbrengst: meer tijd voor een docent om individuele vragen van lerenden te beantwoorden. Dit komt omdat de docent niet meer klassikaal uitleg verzorgt tijdens de les. De docent kan daardoor meer maatwerk leveren.

Het is helemaal hip om als docent video’s te maken waarin men zelf de lesstof uitlegt. De student bekijkt dat dan thuis en kan terugspoelen wanneer deze dat wil. Daarmee kan ook meer dan in het oude klas-idee de student zèlf het tempo bepalen. Maar gewoon een hoofdstuk thuis laten lezen kan natuurlijk ook…

Het multimediale aspect van dit concept verklaart wellicht mede waarom het toenemende aandacht krijgt: het voelt daardoor gewoon lekker bij de tijd. Daar komt bij dat het mooi aansluit bij TPACK omdat het ICT, onderwijsconcept en vakinhoud integraal benadert. Een derde verklaring voor de toenemende populariteit is dat competenties aanspreek die we voor deze tijd ook in toenemende mate van belang achten: ICT geletterdheid, kritisch denken, samenwerken etc. Zie oa. 21th-centuryskills  (en een Nederlandse variant).

Kennisnet heeft recent een gehele site gewijd aan het onderwerp: http://www.flippingtheclassroom.kennisnet.nl met handige en bruikbare overzichtsplaten en filmpjes.

Een reactie plaatsen

Moodlemoot en handleiding Moodle 2.2 in het Nederlands

Vandaag zal ik de Belastingdienst Academie vertegenwoordigen bij de jaarlijkse bijeenkomst van de Moodle vereniging. De zogenaamde Moodlemoot 2012 vind plaats in Amsterdam, vanmiddag.

Mijn presentatie in pdf form: BD en MoodleMoot

Handleiding Moodle 2.2 in NL: 20120314 Moodle_HLexpert_V1.0 (9,4 mb!)

Update: 20120504 Handleiding ELO voor ontwikkelaars bij de Belastingdienst Academie in Word!

Creative Commons Licentie
Handleiding Moodle voor de ontwikkelaar van Belastingdienst Academie is in licentie gegeven volgens een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

3 reacties

VAL & Moodle in een praktijkvoorbeeld bij Defensie

Ik doe het vrijwel nooit, simpelweg linken naar een ander artikel, maar doe het nu wel. Het is een artikel van Isabelle Langeveld waarvan het simpelweg geen toegevoegde waarde heeft om deze samen te vatten. Wel kan ik uitleggen waarom ik het goed vind en van belang vind het te delen:

  • Het maakt inzichtelijk wat wordt verstaan onder het leerconcept VAL
  • Hoe je VAL kan vertalen naar Moodle
  • Een concrete casus gebruikt met heldere illustraties
  • Een eerlijke evaluatie geeft (welke dus verder gaat dan dat het allemaal fantastisch is)

Link: http://helderenwijzer.nl/2012/02/virtual-action-learning-in-moodle

Een pdf versie is daar ook te vinden.

Een reactie plaatsen

Leerstijlen, waar of niet?

Via Rubens een interessante uiteenzetting gevonden over het nut en onzin over leerstijlen. Het is een nogal lange post waarvan het moraal van het verhaal in dit filmpje van ong. 6 minuten makkelijk wordt uitgelegd. De titel is ‘Learning stlyles don’t Exist’. De stelling lijkt me duidelijk ;-). Zijn redenering:

  1. het lijkt aannemelijk dat mensen voorkeuren hebben. Er zijn zeer veel verschillende indelingen voor. Te  veel… ?
  2. Bijv. de een is iets beter in visueel dan de ander
  3. Maar het leereffect ‘klikt’ op betekenis. Een woordenlijst leer je niet visueel of via geluid. Auditief zou dan meer betrekking hoe de stem precies klonk.
  4. Didactisch kan je ook niets met een auditieve uitleg van de geografische plek van Tanzania. Dat moet je gewoon zien.

2 reacties

%d bloggers liken dit: