Archief voor Categorie Leercultuur

Wat nou talent?! Slim Oefenen!

Via de post Wat als talent niet bestaat? van Pedro De Bruyckere gestuit op een stuk van Prof. Rikers met de provocerende titel ‘Talent bestaat niet!’. Hij stelt daarin de vraag hoe het komt dat sommige wel succes boeken en anderen, die ook jarenlang iets (be)oefenen, niet beter worden.

Via Anders Ericsson stelt Rikers: door de hoeveelheid en maar ook met name de kwaliteit van oefening wordt het niveau bepaald. Wat zijn dan die ‘deliberate practice’ regels (Ericsson, Krampe, & Tesch-Römer, 1993):

  • Er moet duidelijk omschreven zijn wat er geleerd moet worden.
  • De trainings- of oefentaken moeten aansluiten op het niveau van de lerende. Dat wil zeggen, de taak moet niet te gemakkelijk zijn, want anders valt er niet meer veel te leren. En ook niet te moeilijk zijn, want dan raakt de lerende gefrustreerd.
  • Er moeten mogelijkheden zijn voor herhaling. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar vaak wordt de lerende geen tweede of derde kans geboden iets te leren.
  • Fouten moeten gemaakt en gecorrigeerd kunnen worden. In het verlengde van het vorige punt, is het belangrijk dat er fouten gemaakt mogen worden zonder dat dit (negatieve) consequenties heeft.
  • Er moet sprake zijn van goede feedback. Misschien het belangrijkste element is dat er feedback gegeven wordt, zodat de lerende zich bewust is van alle fouten die gemaakt zijn en hoe deze aangepakt kunnen worden. In het ideale geval wordt deze feedback door een ervaren coach gegeven.

Toen ik dit las moest ik meteen denken aan mijn World of Warcraft-gaming. Veel van bovenstaande voldoet daaraan. Blijkbaar maakt een groot deel van bovenstaande regels het juist ook weer leuk. Rikers legt daarbij ook de plek op een gevoelige plek: het is wel oefenen, oefenen, oefenen. Bij gaming praten we dan over verslaving. Als je er een gouden medaille mee wint op de Olympische Spelen ben je een held. Ericsson stelt zelfs dat iedereen die maar 10 jaar extreem oefent, op wereldniveau kan komen. Talent is dus irrelevant.

Toch zien we – of denken we – vaak in de praktijk verschillen te zien tussen kinderen/personen. We willen dit soms graag ook zien, omdat dit aansluit bij een gewenst mensbeeld: we hebben allemaal iets bijzonders & unieks. En daarmee talent. Rikers stelt daar oa. het bewijs tegenover van de self-fulfilling prophecy. Als een lerende ergens talenten wordt toebedacht, wordt er ook gehandeld om dat nog eens extra te bevorderen. Oftewel, meer aandacht, oefeningen etc. Et Voila, de circel is rond.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Sociale media en onderwijs

Heel hot natuurlijk. Een heel toegankelijk filmpje van leraar24.nl laat Erno Mijland aan het woord. Erno maakt een driedeling in zijn verhaal waarom je iets met sociale media zou moeten:

  • Aansluiting bij je doelgroep

Als je aansluiting wilt houden met de buitenwereld dient je (tot bepaalde hoogte) mee te lopen in ontwikkelingen. Als onze belastingplichtigen praten, doen en laten via sociale media zullen we daar in mee moeten ten behoeve van compliance. En daarom doen we bijv. nu ook proeven met hoe twitter in te zetten. Maar dit geld natuurlijk ook voor onze cursisten! Ook daar dienen we aan te sluiten op hoe zij buiten de dienst kennis delen en sociale netwerken onderhouden.

  • Leren omgaan met nieuwe media

Centraal bij dit punt staat dat we op een juiste manier met nieuwe media (leren) omgaan. Internetvaardigheden bij ambtenaren vind ik daar een mooi voorbeeld van. Hierover heb ik al eerder gepost. Specifiek voor de Belastingdienst geldt daarbij nog onze wettelijke handhavingstaak. Ik ben geen expert op controle gebied maar ik kan me goed voorstellen internet en dat sociale media ook voor ons (contra)gegevens kunnen leveren (indien daar aanleiding voor is). Dat betekent dat je als organisatie daarvan wel iets in je genen moet hebben om het eea op juiste waarde te kunnen schatten.

  • Sociale media als leermiddel

Aspecten die Erno hierbij noemt zijn: een (leer)netwerk via sociale sites; halen van informatie van internet; online samenwerking aan documenten en zoeken van experts voor vragen. Maar ook het delen van lesmateriaal schaart hij hier onder. Wat mij betreft gaan we bij de belastingdienst daar ook meer en verder op inzetten. Als eerste stap zouden we lesmateriaal kunnen delen met ‘collega rijksonderdelen’.

Een reactie plaatsen

Ken Robinson over o.a. minder standaardisatie in het onderwijs

Via dit bericht van Jeroen Krouwels ben ik het eerst in aanraking gekomen met de ideeën over Sir Ken Robinson door het bijbehorende RSA filmpje. Daarna hoorde ik het ‘live’ op verschillende plekken terug. Een duidelijke ‘buzz’ dus.

Een centrale stelling in het betoog van Ken Robinson is dat leren vooral zou moeten aanhaken op interesses en motivatie van de lerende. In plaats van de lerende te stimuleren, medicaliseren we het ‘gebrek aan concentratie’ in de huidige schoolpraktijk. We slaan interesses feitelijk dood door kinderen via standaardisatie en vaststaande curriculum batchgewijs af te leveren voor een plek in de maatschappij.

Robinson wil hier duidelijk vanaf. Een belangrijke reden is dat het huidige systeem van opleiden nog gestoeld is het vorige eeuwse ‘industrialisatie’ model: Hard werken, school volgen en dan zeker een baan krijgen. Daar waar standaardisatie toen welvaart heeft gebracht, ziet Robinson vooral nu het heil in ‘divergerent denken’: In plaats van 1 oplossing of antwoord kijk je naar de meerdere mogelijkheden die er zijn. Juist deze creatieve kijk biedt nieuw perspectief voor vraagstukken en doet recht aan meerdere (niet 1) type oplossingen en denkrichtingen. Daarmee komen een aantal paradigma’s te vervallen:

  • geen hogere waardering meer voor ‘academische kennis’. Er zijn veel gelijkwaardige invalshoeken
  • we leren in groepen – dus geen individuele beoordelingen meer, maar groepsbeoordelingen. Op die manier worden we niet losgetrokken van onze natuurlijke leeromgeving.
  • geen scholen en leerinstituten meer waar waar de ene groep (academisch) beter en hoger is dan de ander

    2 reacties

    Positive learning en Het Nieuwe Leren

    Wie zich realiseert hoe sterk ICT de overgrote meerderheid van de beroepen in Nederland veranderd heeft, ziet meteen hoe weinig er veranderd is in het Nederlandse onderwijs. En drukt dus ook de onvermijdelijke conclusie dat er nog heel veel zal gaan veranderen in het onderwijs. (…) Een verandering waarvan velen beginnen te denken dat die groter zal zijn dan de impact die de uitvinding van de boekdrukkunst op het onderwijs heeft gehad. (p.9)

    Leuke stelling natuurlijk en vormt een belangrijke kern van de oratie van van prof. R.L. Martens bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar aan de OU. Ingesteld door Teleac/NOT.

    Hij introduceert voor mij nieuwe begrippen als narrowcasting (als tegenovergestelde van broadcasting: juiste boodschap op het juiste moment bij de juiste doelgroep en prosumers (als tegenoverstelde van consumenten: consumenten die zelf ook producenten worden).

    Martens duidt de stroming die het hardst roep voor veranderingen het sociaal-constructivisme, ook wel ‘het nieuwe leren‘ genoemd. Deze stroming legt volgens hem nadruk op zelfstandig werken en stelt dat kennis nooit definitief is en voornamelijk gebruikerswaarde heeft in de context waarin deze kennis geleerd wordt.
    Verder wordt aangenomen dat kennis niet kan worden overgedragen door alleen instructie, maar ontstaat op grond van persoonlijke ervaringen in authentieke contexten. De focus is het begrijpen en niet het van buiten leren; creativiteit ipv herhaling. Het nieuwe leren is daarmee eerder een visie en filosofie dan een methode. Toch is er zijn er wel een paar spelregels:

    * studenten zijn zelf verantwoordelijk voor hun leerproces;
    * motivatie komt van de student zelf en wordt door geprikkeld door realistische, authentiek, spelachtige leersituaties;
    * studenten kunnen info zoeken op het internet, met elkaar bediscussiëren, experts te observeren en te interviewen;

    Dit is gedrag wat je veel ziet bij leerlingen met een hoge intrinsieke motivatie. Martens vervolgt op pagina 30:

    Je leert een stad kennen simpelweg omdat je graag wil weten hoe je ergens moet komen. Hanneke Koopmans (2006) toonde met haar proefschrift aan dat verreweg het meeste leren in bedrijfscontexten op deze manier plaatsvindt. Vaak wordt dat informeel leren genoemd. Schatting zijn dat tot 80 procent of meer van de kennis die werknemers hebben op deze manier geleerd wordt, dus na de formele opleiding. Maar liefst 94% van de tijd waarin werkenden leren heeft betrekking op het informele leren op het werk (Borghans, Golsteyn & de Grip, 2007).

    De oratie gaat verder nog o.a. de ontwikkelingen vanuit de neuroscience en hoe je dat zou kunnen knopen aan evoluatiepsychologie. Dit laat ik verder even voor wat het is. Op één leuke constatering na: Martens constateert op p. 51 dat demotivatie een functionele voorwaarde is voor vergaande specialisatie. Daar moest ik even over nadenken wat daar nou eigenlijk stond. Wat ik er maar aan overhoud is dat wanneer ik weer op mijn werk afdwaal met mijn gedachten dit feitelijk een nuttige eigenschap is om mij weer in andere dingen te kunnen verdiepen. Is kijken wat mijn baas daar van vindt … 😉

    Een reactie plaatsen

    “Docenten in opleiding moeten beter leren leren”

    Bij dit soort headlines moet je natuurlijk altijd even gniffelen. Het bericht komt van een onderzoek van het NWO.

    Universitair afgestudeerden kunnen in een jaar hun bevoegdheid tot eerstegraads docent halen. Endedijk stelt dat van niemand kan worden verwacht dat hij of zij in een jaar leert om een expertdocent te worden. Daarom moeten, volgens de onderzoekster, docenten in opleiding leren hoe ze na de opleiding zichzelf kunnen blijven ontwikkelen. Uit haar dissertatie blijkt echter dat veel docenten in opleiding niet de manier van leren ontwikkelen die levenslang leren waarschijnlijk maakt.

    Fascinerend dat mensen die betaalt gaan worden om een leerproces tot stand te brengen bij anderen, hier zelf maar tot bepaalde hoogte in staat toe zijn. Of anders geformuleerd, de opleiding die ze hiervoor krijgen prikkelt ze niet genoeg wat dat betreft. Deze vraag speelt ook wat mij betreft bij de Belastingdienst Academie. Collega’s die docent worden voor interne trainingen krijgen een 3 daagse cursus ‘didactische vaardigheden’. Bereiken we daar voldoende wat betreft ‘leren leren’?

    Dezelfde vraag heb ik voor de auteurs van lesmateriaal. Bij ons kunnen dit andere mensen zijn dat de docenten. Hoe zit het met hun en ‘leren leren’?

    Een reactie plaatsen

    %d bloggers liken dit: