Archief voor Categorie Motivatietheorieën

Ken Robinson over o.a. minder standaardisatie in het onderwijs

Via dit bericht van Jeroen Krouwels ben ik het eerst in aanraking gekomen met de ideeën over Sir Ken Robinson door het bijbehorende RSA filmpje. Daarna hoorde ik het ‘live’ op verschillende plekken terug. Een duidelijke ‘buzz’ dus.

Een centrale stelling in het betoog van Ken Robinson is dat leren vooral zou moeten aanhaken op interesses en motivatie van de lerende. In plaats van de lerende te stimuleren, medicaliseren we het ‘gebrek aan concentratie’ in de huidige schoolpraktijk. We slaan interesses feitelijk dood door kinderen via standaardisatie en vaststaande curriculum batchgewijs af te leveren voor een plek in de maatschappij.

Robinson wil hier duidelijk vanaf. Een belangrijke reden is dat het huidige systeem van opleiden nog gestoeld is het vorige eeuwse ‘industrialisatie’ model: Hard werken, school volgen en dan zeker een baan krijgen. Daar waar standaardisatie toen welvaart heeft gebracht, ziet Robinson vooral nu het heil in ‘divergerent denken’: In plaats van 1 oplossing of antwoord kijk je naar de meerdere mogelijkheden die er zijn. Juist deze creatieve kijk biedt nieuw perspectief voor vraagstukken en doet recht aan meerdere (niet 1) type oplossingen en denkrichtingen. Daarmee komen een aantal paradigma’s te vervallen:

  • geen hogere waardering meer voor ‘academische kennis’. Er zijn veel gelijkwaardige invalshoeken
  • we leren in groepen – dus geen individuele beoordelingen meer, maar groepsbeoordelingen. Op die manier worden we niet losgetrokken van onze natuurlijke leeromgeving.
  • geen scholen en leerinstituten meer waar waar de ene groep (academisch) beter en hoger is dan de ander
    Advertenties

    2 reacties

    Positive learning en Het Nieuwe Leren

    Wie zich realiseert hoe sterk ICT de overgrote meerderheid van de beroepen in Nederland veranderd heeft, ziet meteen hoe weinig er veranderd is in het Nederlandse onderwijs. En drukt dus ook de onvermijdelijke conclusie dat er nog heel veel zal gaan veranderen in het onderwijs. (…) Een verandering waarvan velen beginnen te denken dat die groter zal zijn dan de impact die de uitvinding van de boekdrukkunst op het onderwijs heeft gehad. (p.9)

    Leuke stelling natuurlijk en vormt een belangrijke kern van de oratie van van prof. R.L. Martens bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar aan de OU. Ingesteld door Teleac/NOT.

    Hij introduceert voor mij nieuwe begrippen als narrowcasting (als tegenovergestelde van broadcasting: juiste boodschap op het juiste moment bij de juiste doelgroep en prosumers (als tegenoverstelde van consumenten: consumenten die zelf ook producenten worden).

    Martens duidt de stroming die het hardst roep voor veranderingen het sociaal-constructivisme, ook wel ‘het nieuwe leren‘ genoemd. Deze stroming legt volgens hem nadruk op zelfstandig werken en stelt dat kennis nooit definitief is en voornamelijk gebruikerswaarde heeft in de context waarin deze kennis geleerd wordt.
    Verder wordt aangenomen dat kennis niet kan worden overgedragen door alleen instructie, maar ontstaat op grond van persoonlijke ervaringen in authentieke contexten. De focus is het begrijpen en niet het van buiten leren; creativiteit ipv herhaling. Het nieuwe leren is daarmee eerder een visie en filosofie dan een methode. Toch is er zijn er wel een paar spelregels:

    * studenten zijn zelf verantwoordelijk voor hun leerproces;
    * motivatie komt van de student zelf en wordt door geprikkeld door realistische, authentiek, spelachtige leersituaties;
    * studenten kunnen info zoeken op het internet, met elkaar bediscussiëren, experts te observeren en te interviewen;

    Dit is gedrag wat je veel ziet bij leerlingen met een hoge intrinsieke motivatie. Martens vervolgt op pagina 30:

    Je leert een stad kennen simpelweg omdat je graag wil weten hoe je ergens moet komen. Hanneke Koopmans (2006) toonde met haar proefschrift aan dat verreweg het meeste leren in bedrijfscontexten op deze manier plaatsvindt. Vaak wordt dat informeel leren genoemd. Schatting zijn dat tot 80 procent of meer van de kennis die werknemers hebben op deze manier geleerd wordt, dus na de formele opleiding. Maar liefst 94% van de tijd waarin werkenden leren heeft betrekking op het informele leren op het werk (Borghans, Golsteyn & de Grip, 2007).

    De oratie gaat verder nog o.a. de ontwikkelingen vanuit de neuroscience en hoe je dat zou kunnen knopen aan evoluatiepsychologie. Dit laat ik verder even voor wat het is. Op één leuke constatering na: Martens constateert op p. 51 dat demotivatie een functionele voorwaarde is voor vergaande specialisatie. Daar moest ik even over nadenken wat daar nou eigenlijk stond. Wat ik er maar aan overhoud is dat wanneer ik weer op mijn werk afdwaal met mijn gedachten dit feitelijk een nuttige eigenschap is om mij weer in andere dingen te kunnen verdiepen. Is kijken wat mijn baas daar van vindt … 😉

    Een reactie plaatsen

    Motivatie van de kenniswerker

    In de pocket met de leuke titel ‘Kennis is Macht… toch?’ gaat  Marianne van Iperen op zoek naar motivatie van de kenniswerker. Ze onderscheidt 5 type kenniswerkers, of ‘kennisdienstverlener’ zoals ze ze zelf noemt:

    • de informatiewerker: de verplaatst, voert in en ordent informatie
    • de kenniswerker: zoekt zelf informatie, voegt toe en combineert
    • de routines professional: hoogwaardig werk en toepassen van beproefde methoden; ervaring en nieuwe combinaties zijn van belang
    • de improvisatie professional: nieuwe creaties, zoekt naar betekenis en gebruikt emotie
    • de meester: wijsheid en delen die met liefde; stellen paradigma’s ter discussie en relateert het aan zingeving

    Schokkende conclusie is dat ik als ik met bovenstaande indeling om me heen kijk, ik geen meesters kan duiden…  Zelf heb ik ook nog wel een weg te gaan geloof ik 😉 De motivatie wordt steeds sterker, oplopend van informatiewerker tot de zelfsturing van de meester.

    Tot deze indeling is ze gekomen nav eigen onderzoek wat ze heeft los gelaten op het motivatiemodel van Tissen. Vreemd, maar voor zover ik heb kunnen constateren komt ze nergens zelf terug op de titel van het boek. Dus, wie durft?

    , ,

    Een reactie plaatsen

    %d bloggers liken dit: